GASTBLOG #1
Nelleke van Dam
Even voorstellen…
Nelleke is afgestudeerd aan Hogeschool Viaa en heeft daar haar HBO-Theologie gehaald. Inmiddels heeft zij een andere afslag genomen en is gaan werken in de thuiszorg. Dat doet ze met plezier en toewijding.
Daarnaast houdt ze van de natuur, muziek, lezen en (helaas, red.) Feyenoord.
Oh, ja. Ik mag haar ook mijn vriendin noemen en geef haar graag de eer om als eerste een gastblog te schrijven!
Ouderen, eenzaamheid & meritocratie
Lieve schat,
Dank je wel voor de eer om als eerste te mogen schrijven voor je website! En dan nu mijn opinie artikel:
“Ik ga m’n kinderen hier niet voor vragen, want die hebben het zelf al zo druk.” “Ik moet naar het ziekenhuis, maar ik weet niet hoe ik er moet komen. Ik durf m’n dochter niet te vragen, want die heeft vorige week al gereden.” “M’n zoon zou dat een keer komen repareren, maar hij heeft weinig tijd.” “Mijn kinderen hebben nu hun eigen leven, die ga ik hier niet mee opzadelen.” “Ik heb vier kinderen, maar ze wonen allemaal ver weg.” “Ik zie ze haast nooit, maar ze bellen wel trouw.”
Slechts een greep uit de opmerkingen die ik de laatste maanden heb gehoord. Iedere werkdag als huishoudster in de thuiszorg ontmoet ik oude mensen. Ouder worden is een fase van verval. Verlies van familie en vrienden. Afscheid van dingen die je je hele leven hebt gekund, maar die nu steeds moeilijker worden. Ze worden hulpbehoevend en afhankelijk, en veel van mijn cliënten vinden dat heel moeilijk. Sommigen komen bijna het huis niet meer uit, of ze krijgen weinig bezoek.
Eén thema kom ik veel tegen: eenzaamheid, en een schrijnend gemis van de nabijheid van kinderen en kleinkinderen. De reactie van menig nakomeling op deze eenzaamheid is een aanmoediging om ouderen-activiteiten bij te wonen, en een aanvraag voor dagbesteding en maatjesprojecten. De intensieve zorg voor ouderen wordt uitbesteed aan vreemden. Zelf hebben we het immers druk met werk en onze eigen kinderen, of we wonen simpelweg te ver weg.
Maar wacht even hoor, even terug in de tijd.
Lang geleden hebben deze oude, hulpbehoevende mensen ons het leven gegeven. Ze zijn ’s nachts opgestaan om ons te voeden en te troosten. Ze hebben onze luiers verschoond. Ze letten op ons zodat we niet verdwaalden. Ze plukten ons van de grond wanneer we van onze fiets gevallen waren. Ze keken naar onze knutsels en prezen onze kindertekeningen. Ze ondersteunden ons wanneer we het moeilijk hadden op school, en wezen ons de weg wanneer we niet wisten hoe te handelen in een nieuwe situatie. Ze vochten onderhuids met ons wanneer we opstandig waren, en lieten ons gaan in de hoop dat het goed zou komen. Jarenlang hebben ze veel van zichzelf aan de kant moeten zetten om onze zorg en opvoeding waar te kunnen maken.
En wanneer de situatie zich omdraait, wat dan?
De verhalen van mijn cliënten roepen zoveel vragen bij mij op. Hoe kan het zijn dat veel kinderen maar eens in de week, of soms minder, bij hun ouders over de vloer komen? Welke rol spelen ouders in onze plannen en dromen? Welke prioriteit heeft de zorg voor onze ouders bij het verwezenlijken van onze plannen? Bij onze keuze voor een baan, voor een plek om te wonen, voor de dingen die we willen ondernemen?
En in bredere maatschappelijke en culturele zin: wat is de waarde van deze oude mensen die geen economische bijdrage (meer) leveren? Hoe labelen en waarderen we de tijd die we aan hen spenderen? Wiens verantwoordelijkheid is het om voor hen te zorgen wanneer ze hulp nodig hebben?
Ik heb geen inzicht in het leven van alle kinderen van mijn cliënten, en kan dan ook niet oordelen over hun keuzes. Ik begrijp ook dat een vergrote mobiliteit en telecommunicatie onze leefmogelijkheden ongekend hebben veranderd. En tegelijk kan ik soms mijn oren niet geloven als mijn cliënten beginnen te vertellen, en breekt mijn hart wanneer ik het onzegbare hoor: het gemis van de nabijheid van kinderen en kleinkinderen.
Ik kom ook, zij het een minderheid, andere verhalen tegen. Cliënten die hun kinderen en kleinkinderen veel zien. De kinderen wonen dan vaak in de buurt en de verschillende generaties zijn actief op elkaars leven betrokken. Verval en ziekte worden er niet anders van, en toch is het verschil in uitstraling dat ik zie aanmerkelijk. Zij ogen tevredener, gelukkiger, vervulder, nog steeds van waarde in hun dagelijks leven.
Ik geloof dat de eerste zorg voor ouderen de verantwoordelijkheid is voor de kinderen. Zij die bij hen horen en hen het beste kennen. Zij die ooit zelf intensieve zorg hebben ontvangen van deze oude mensen. En dat vereist soms offers, prioriteiten stellen en niet alles kunnen doen wat je graag zou willen. Het kan betekenen dat we moeten verhuizen, of niet naar ver weg kunnen verhuizen. Het kan betekenen dat we de iets minder leuke baan dichtbij moeten nemen in plaats van die leuke baan ver weg. Het kan betekenen dat we op vrije dagen bij onze ouders aan de slag moeten, met de kleintjes mee op sleeptouw. Het kan betekenen dat opa en oma meegaan op dagjes weg, en dat je de hele dag rekening met ze te houden hebt.
Dat is niet altijd leuk, maar zorgen is niet bedoeld om altijd leuk te zijn. Dat geldt voor alle betrokken partijen. Misschien hebben onze ouders ons vroeger weleens achter het behang willen plakken, en misschien willen wij nu af en toe wel hetzelfde bij hen doen. Maar dat hoort erbij als je zorgt voor elkaar. Dat is het leven. Een leven waarin alle generaties “meedoen” en van waarde zijn. En een leven waarin eenzaamheid bij ouderen een stuk minder zou voorkomen dan nu.
Joeri Rozendaal
In reactie op…
Het eerste wat in mij opkomt is een beeld dat wordt geschetst door Schweitzer in zijn boek over kerk en postmoderniteit. Ergens in het begin schetst hij (post)moderne ontwikkelingen aan de hand van oude familie foto’s. De exacte jaartallen ontschieten mij even, maar de eerste twee foto’s kun je als volgt beschrijven:
Foto 1: Een familie foto op het land waar wordt gewerkt. Op de foto zijn grootouders, ouders en kinderen te zien.
Foto 2: Een familie foto bij een auto geparkeerd voor een huis in een voorstad. Op de foto zijn de ouders en kinderen te zien.
Deze foto’s schetsen een typerend beeld voor de verandering die plaatsvond. Waar eerder op hetzelfde land werd geleefd met 3 generaties, zorgde moderne ontwikkelingen voor een nieuwe dynamiek. Zo bracht de auto mobiliteit en vertrokken gezinnen naar de voorstad, grootouders achterlatend.
Nu wil ik het leven met 3 generaties op het land niet romantiseren. Vermoedelijk was het hard werken met hogere onzekerheid. Toch is het een interessante ontwikkeling. Wat zouden we, mogelijk, hebben achtergelaten ten bate van mobiliteit, zelfstandigheid en verhoogde zekerheid?
Even verdergaand op de situatie die jij schetst. Het beeld dat je illustreert doet sterk denken aan het begrip ‘meritocratie’. Een maatschappelijk model waarbij de positie van het individu vooral wordt gebaseerd op de verdienste. Zo lang je wat levert, waar anderen baat bij hebben en geld voor overhebben, zal je een sociaal-economische positie hebben die je comfortabel kan noemen. In het boek ‘Atlas Shrugged’ van Ayn Rand wordt dit in een roman uitgewerkt. Eerlijk is eerlijk, het voelt als een ‘eerlijk’ model en terwijl ik het boek lees voel ik de rechtvaardigheid in dit systeem. ‘Waarde voor waarde’ is het mantra zou je kunnen zeggen.
De bekende kritiek hierop is dat het voorbij gaat aan de factor geluk. Het systeem veronderstelt dat ‘het beste product’ altijd succesvol zal zijn, op basis van eigen inzet. Dat is nog maar zeer de vraag. Daarnaast is het systeem m.i. onmenselijk; zodra je niet meer kan leveren, sta je buiten spel. Een keihard systeem wat het individu wat mij betreft reduceert tot ‘een zelfstandig, rationeel en egoïstisch wezen’.
Toch zitten elementen van dit denken in onze maatschappij. Zoals je schetst zijn ouderen misschien vooral een kostenpost. Een kostenpost waar je her en der aan wat knoppen kan draaien om ze wel in leven te houden, zonder dat het teveel kost.
Overigens is het niet allemaal doom & gloom wat mij betreft en is het ook niet zo dat ze alleen maar als ‘kosten post’ worden gezien. Zo is er ook aandacht voor het ‘waardig ouder worden’, en allerlei pogingen om zorg voor ouderen te verbeteren. Wel zal er vanwege kosten een groter beroep worden gedaan op jongere generaties om een deel van de zorg op ons te nemen.
Dat is mogelijk waar de schoen wringt voor jongere generaties. Er wordt een steeds groter beroep gedaan op ons, als maatschappij, om dit op te vangen. Voor deze jongere generaties zal het betekenen dat je wellicht eigen carrière moet gaan afwegen tegen zorgen voor je ouders. Tegelijk zou je kunnen stellen dat het ook in eigen belang is om hier goed over na te denken. Vermoedelijk willen wij later ook waardig ouder worden, maar als we nu investeren in een systeem wat individuen beoordeelt op geleverde prestaties zullen we daar ook zelf de rekening voor moeten betalen.
CONTACT
Schuurt het? Maakt het je boos, verdrietig of zie je juist kansen én wil je graag mee praten? Neem dan via onderstaande mogelijkheden contact met mij op!
